Paashaasjes

1 10 0 5
Aantal personen:
  • 560 gr. All-In zoet wit brood
  • 200 ml. water
  • 130 gr. boter
  • 7 gr. droge of 14 gr. verse gist
  • 3 gr. zout
  • 1 losgeklopt ei
  • gekonfijte kersen
  • suikereitjes of chocolade eitjes
  1. Voeg de ingrediënten voor het deeg samen en kneed 20 minuten met een broodmachine, een kneedmachine of met de hand. Bedek met een vel plastic en laat 30 minuten rijzen op kamertemperatuur.
  2. Verdeel het deeg in 12 porties van 75 g. Voor 1 paashaasje heb je 4 porties nodig. Rol 3 stukken lang met de handen. Laat het deeg even rusten als het rollen niet makkelijk gaat. Rol tot je 3 strengen van 35 cm lang hebt. Leg de 3 strengen met 1 uiteinde bij elkaar en maak een vlecht. Deze vlecht vormt de romp van de paashaas. Een 4de deegstuk vormt de kop met de oren. Rol dit stuk een beetje langwerpig.
  3. Gebruik de zijkant van je hand om het deeg bijna doormidden te “zagen”. De ene kant wordt de kop, de andere kant de oren. Rol de oren nog een beetje langer en knip met een schaar het deeg in de lengte door tot aan het kopje. Leg romp en kop nu in de gewenste positie op een met bakpapier belegde bakplaat. Leg de romp bijvoorbeeld helemaal in een cirkel, zodat er een plekje vrijkomt om paaseitjes in te leggen na het bakken. Bestrijk met losgeklopt ei en laat nog 30 minuten rijzen.
  4. Druk net voor het bakken een stukje gekonfijte kers in het kopje als oog. Bak de haasjes ongeveer 10 minuten in een voorverwarmde oven op 200° C.
cedmax