Garnaalkroketten

14 30 2 5
Aantal personen:
  • 400 g garnalen
  • Sap van 1/2 citroen
  • 10 el bloem
  • 200 g boter
  • 500 ml visfumet (5 volle tl opgelost in 500 ml water)
  • 2 st. eieren (gescheiden)
  • 100 g bloem
  • 150 g paneermeel
  • 1 bosje platte peterselie
  • 1 st. citroen
  1. Maak de vulling 1 vulling 1 dag op voorhand zodat de kroketten stevig kunnen worden. Laat de boter smelten in een pan en voeg de bloem toe. Even flink roeren en de fumet toevoegen. Goed roeren met de garde, de bechamel een paar minuten laten garen op een middelhoog vuur. Kruiden met peper, zout, nootmuskaat. Voeg de twee eierdooiers toe (eiwit bewaren) en tenslotte het citroensap. Neem van het vuur en meng er voorzichtig de garnalen onder.
  2. Stort de vulling op een bord of een bewaardoos bekleed met bakpapier. Zorg ervoor dat de vulling 2 à 3 cm dik is. Laat dit afgedekt met plastic folie een nacht rusten in de koelkast.
  3. Snijd de vulling in gelijke delen en wentel de kroketten achtereenvolgens door bloem, eiwit en paneermeel. Bak de kroketten in heet frituurvet (180°C) tot ze mooi goudbruin zien. Serveer met partjes citroen en gefrituurde peterselie.
Breggie