culinair lexicon

4 15 3 5
Aantal personen:
  1. van Slinken, Smoren, Spatelen, ...
  2. Slinken:
  3. Het in volume doen afnemen van bladgroenten door verhitting in een kleine hoeveelheid margarine of een andere vetstof, of door onderdompeling in kokend water.
  4. Smoren:
  5. Het bereiden van voedsel in een gesloten pan in margarine, of een ander vetstof, en in eigen sappen of onder toevoeging van een kleine hoeveelheid vloeistof.
  6. Spatelen:
  7. Het luchtig door elkaar scheppen van twee of meer mengsels met behulp van een spatel.
  8. Stomen:
  9. Het bereiden van voedsel boven een kokende vloeistof waarbij gebruik wordt gemaakt van een stoompan, een stoommandje of een zeef uit roestvrij staal.
  10. Stoven:
  11. Het bereiden van voedsel in een gesloten pan, in margarine of een andere vetstof, en onder toevoeging van een vrij grote hoeveelheid vloeistof.
  12. Stropen:
  13. Het verwijderen van het vel van hele vissen of visfilets.
  14. Sudderen:
  15. Het zachtjes laten pruttelen in braadjus of stoofvocht van het voedsel met een lange bereidingstijd.
  16. Suikerstroopje:
  17. Mengsel van suiker en water dat wordt verhit tot de suiker gesmolten is.
silke1deBeste