croissant

9 100 0 5
Aantal personen:
  • 1 kg zelfrijzende bloem
  • 35 gr suiker
  • 20 gr zout
  • 100 gr boter
  • 5 dl melk
  • 60 gr verse gist
  • 300 gr echte boter(ijskoud)
  • 2 stuks eierdooiers
  • 1/2 dl lauw water
  1. Doe de bloem, de suiker, het zout en 100 g boter in een grote mengkom.
  2. Zorg dat de boter zacht is, zodat je ze makkelijk kan mengen.
  3. Meng de melk of het water met de gist. De melk of het water mag niet lauw zijn, omdat je eerst een basisdeeg maakt en dat mag nog niet rijzen. Lauwe melk (of water) zou het rijzen al in gang zetten. Je mag kiezen tussen water of melk, maar melk zorgt voor een betere smaak en voegt wat meer vet toe aan het deeg.
  4. Doe de melk of het water met de gist bij de bloem. Kneed minstens 10 minuten. Een basisdeeg dat met boter gemaakt wordt kneedt niet zo makkelijk. Je moet dus zeer goed kneden, zodat het zetmeel van de bloem alle andere ingrediënten opneemt. Laat je niet verleiden om snel wat meer bloem toe te voegen opdat het minder zou kleven, want dan verander je de verhoudingen van het recept en wordt het deeg zwaarder.
  5. Rol een bolletje van het deeg en pak het in plasticfolie in. De plasticfolie zorgt ervoor dat het rijzen wordt tegengehouden.
  6. Laat het deeg 3 à 4 uur rusten in de koelkast en verwijder de folie. Rol het uit tot een rechthoek van 50 bij 25 centimeter. Leg op twee derde van het deeg dunnen schijfjes echte boter die ijskoud is. Werk niet met zachte margarine of minarine. Gebruik je toch margarine, zorg dan dat deze ijskoud en hard is.
  7. Nu gaan we het deeg toeren. Dat is een techniek uit de bakkerswereld. Plooi de kant van het deeg waar geen boter ligt, naar binnen (één derde deel). Plooi nu ook de andere kant met de boter dicht (ook voor één derde). Rol het opnieuw uit tot een rechthoek van 50 bij 25 centimeter. Plooi het opnieuw dicht. Nu toer je voor de tweede keer. Rol het vervolgens nog eens uit en plooi het weer dicht. Je hebt het deeg nu drie keer dichtgeplooid en het is klaar.
  8. Je rolt het deeg uit tot een dikte van 3 à 4 millimeter. Snijd het vervolgens in lange driehoeken.
  9. Leg de breedste kant van de driehoek naar je toe en maak een kleine insnijding in het midden van de breedste kant. Rol de croissant op. Je kunt rechte of kromme croissants maken. Door de insnijdingen kun je de hoekjes veel beter krommen nadat je de croissant hebt opgerold. Zo verkrijg je croissants in de vorm van een halve maan.
  10. Leg de croissants op een bakplaat. Leg ze zodanig dat het puntje van de driehoek telkens onderaan ligt. Anders krijg je geen mooie croissantvorm tijdens het bakken.
  11. Smeer ze in met wat verdunde eierdooier zodat ze mooi glanzend worden bovenaan. bestrooi ze eventueel met amandelschilfers. Bak ze 15 à 20 minuten op 200°C.
nadim